BEREKENING VAN DE POTENTIELE RISICO'S. De Potentiële Risico's P, P1 en P2 zijn producten van de brandlastfactor q, de verspreidingsfactor i, de oppervlaktefactor g, de verdiepenfactor e, de ventilatiefactor v, en de toegankelijkheidsfactor z. De brandlast factor q wordt berekend in functie van de brandlast of vuurbelasting . Dit is de hoeveelheid warmte die vrijkomt per oppervlakte-eenheid, bij de volledige verbranding van alle brandbare materialen die zich in het beschouwde lokaal bevinden. Ze bestaat uit de “roerende” brandlast Qm voor de inhoud en de “onroerende” brandlast Qi voor het gebouw.   De verspreidingsfactor i duidt aan hoe gemakkelijk een brand zich kan verspreiden. Men berekent hem in functie van T, de temperatuurstijging nodig om de inhoud te doen ontvlammen of te beschadigen; van m , de gemiddelde afmeting (in meter) van de inhoud; en van M , de brandbaarheidsklasse van de oppervlakken. De oppervlakte factor g duidt de horizontale invloed van de brand aan. Men berekent hem in functie van l, de theoretische lengte van het compartiment en van b, de equivalente breedte. De verdiepenfactor e duidt de vertikale invloed van de brand aan . Men berekent hem in functie van E, de nummering der verdiepingen. De ventilatiefactor v bepaalt de invloed van de rookgassen. Men berekent hem in functie van h, de hoogte van het plafond van het compartiment; van de ventilatiecoëfficiënt k en van Qm, de roerende brandlast. De ventilatiecoëfficiënt k geeft de verhouding tussen de oppervlakte die beschikbaar is om de rookgassen af te voeren en de totale vloeroppervlakte van het compartiment. De toegankelijkheidsfactor z bepaalt de invloed van de toegangsmogelijkheden. Men berekent hem in functie van b, de breedte van het compartiment; van H, het hoogteverschil tussen het compartiment en de begane grond (het toegangsniveau); en van Z, de toegangsrichtingen. Aangezien de brandbestrijding merkelijk moeilijker is voor ondergrondse verdiepingen, voorziet de formule een onderscheid tussen de positieve waarden ( H+ ) ,voor de verdiepingen, en de negatieve waarden (H-) ,voor de kelders. BEREKENING VAN DE AANVAARBARE RISICO'S De Aanvaardbare Risico's geven weer dat mensen een bepaald niveau van brandgevaar aanvaarden voor zover er geen onomkeerbare gevolgen zijn. Ze worden berekend met a, de aanzetfactor; t, de evacuatietijdsfactor; c de inhoudsfactor;  r, de omgevingsfactor en d,de afhankelijkheidsfactor. De aanzetfactor a bepaalt de aanwezigheid van brandoorzaken in het gebouw. Deze liggen vooral bij de menselijke hoofd- en nevenactiviteiten, de verwarmingswijze; de elektrische installaties; het gebruik van ontvlambare producten ; de gevaarlijke bewerkingen. De evacuatietijdsfactor t bepaalt de evacuatietijd. Men berekent hem in functie van het aantal en de beweeglijkheid van de personen, van de afmetingen van het gebouw, en van de kenmerken van de evacuatiewegen. De inhoudsfactor c bepaalt de waarde van de inhoud. Men berekent hem in functie van de absolute waarde van de  goederen en van de vervangingsmogelijkheden. De omgevingsfactor r bepaalt in hoeverre de omgeving vijandig is voor de evacuatie. Men berekent hem in functie van de onroerende brandlast Qi; en van M, de brandbaarheid van de oppervlakken. De afhankelijkheidsfactor d bepaalt de afhankelijkheid van de economische activiteit. Het is de verhouding tussen de toegevoegde waarde en het omzetcijfer. BEREKENING van de BESCHERMINGSGRADEN De beschermingsgraden worden berekend met de factoren W, voor de watervoorziening, factor N, normale bescherming; factor S, speciale bescherming; brandweerstandsfactor F; vluchtfactor U en reddingsfactor Y.   De watervoorzieningsfactor W bepaalt de kwaliteit van de waterbronnen. Men houdt rekening met de hoeveelheid beschikbaar water, met de druk op het verdeelnet, met het distributiesysteem en met het aantal aansluitpunten. De normale beschermingsfactor N bepaalt de kwaliteit van de normale beschermingsmiddelen. Men beoordeelt de kwaliteit van de keten waarschuwing - eerste tussenkomst - hulp van buiten. De speciale beschermingsfactor S bepaalt in welke mate de bescherming versterkt werd met automatische middelen, door overvloed aan middelen, en door het verhogen van de betrouwbaarheid. De brandweerstandsfactor F bepaalt de waarde van de brandweerstand van de bouwelementen, maar met een correctie voor de speciale bescherming. De  vluchtfactor U bepaalt in welke mate de evacuatiemogelijkheden werden uitgebreid, verbeterd en beschermd. De reddingsfactor Y bepaalt in welke mate de neuralgische punten, de basisgegevens en de productieketens werden beschermd.