GAMMA brand Doetinchem, Nederland, op 12 februari 2008 Wat is er gebeurd ? In de namiddag van dinsdag 12 februari 2008 woedde een omvangrijke brand in de Gamma Bouwmarkt te Doetinchem. Het gehele gebouw brandde uit en is inclusief de inboedel verloren gegaan. Bij de brand zijn geen slachtoffers gevallen.   De brand werd gekenmerkt door een zeer snel brandverloop. De gealarmeerde eenheid van de lokale brandweer was binnen de gebruikelijke tijd bij het pand aanwezig en handelde conform de algemeen geldende instructie. Desondanks was het zeer snel duidelijk dat zij machteloos stond en zich moest beperken tot het voorkomen van brandoverslag naar naastgelegen panden. Een voor alle betrokkenen verrassende uitkomst van een uitruk naar aanleiding van automatische brandmelding, die normaalgesproken zodanig vroeg alarmeert dat het brandweeroptreden schadebeperkend is. Verbaasd over dit brandverloop heeft de waarnemend commandant van de brandweer Doetinchem een projectgroep ingesteld om onderzoek te doen naar de brandoorzaak en het brandverloop. Het verslag van de projectgroep is vrij op het Internet beschikbaar zie bij het brandweerkennisnet: VERSLAG GAMMA BRAND DOETINCHEM Korte tijd na de brand werd een 17-jarige verdacht van brandstichting. Hij liep in die periode stage bij de Gamma en werkte daar op de verfafdeling waar de brand is ontstaan. Uit een uitgebreide analyse van camerabeelden kon ook geen directe betrokkenheid van een bepaalde persoon worden afgeleid. Uiteindelijk kon geen directe oorzaak van de brand worden aangetoond. De rechtbank Zutphen oordeelt dat er in het opgebouwde strafdossier van de Gammabrand te weinig bewijs is om tot vervolging van de verdachte over te kunnen gaan. Analyse van de brand met FRAME   De gegevens uit dit rapport werden gebruikt om een FRAME berekening te maken. De bedoeling hiervan is na te gaan of men even verwonderd zou geweest zijn over het brandverloop indien men bij de beoordeling van het bouwproject de FRAME methode had toegepast. Voor de referentiestatus werden de gegevens ingevoerd die volgens het onderzoeksrapport door de adviseur werden gebruikt. Als variant 1 werd een berekening gemaakt met de werkelijke toestand voor de brand zoals die in het rapport werd vermeld: de vuurbelasting werd hoger ingeschat dan in variant 1 en het aantal aanwezigen werd beperkt tot 20. Als variant 2 werd het concept van brandveiligheid ingevoerd dat op basis van de richtwaarde Ro aangewezen was, dwz beveiliging met sprinklers . Om 3 R-waarden kleiner dan 1 te bekomen, werd als bijkomende maatregel handbediende rookluiken voorzien. Alle gegevens die vereist worden voor een FRAME berekening en die niet terug te vinden waren in het onderzoeks-rapport, werden eerder gunstig beoordeeld. Zo staat er bv. niets in het rapport over de watervoorziening, die in de berekening als adequaat ingegeven in variant 1 en 2. De volgende gegevens werden bij de berekening gebruikt: Een permanente vuurbelasting van 200 MJ/m² en een variabele van 805 MJ/m² zoals vermeld in het rapport. Bij de vrianten 1 en 2 werd de door FRAME gesuggereerde vuurbelasting voor een OH2 risico van 1500 MJ/m² gebruikt,met een correctie van 500 MJ/m² voor lokale hoogstapeling. De samenstelling van de inboedel werd ingebracht als 10 % ontvlambare vloeistoffen, 10 % plastics, 40 % hout, 20 % machines, 10 % metalen voorwerpen en 10 % onbrandbare materialen. De inhoud geeft een gemiddelde afmeting van 0.37 m. Het brandgedrag van de oppervlakken M= 2,95 is bepaald als het gemiddelde van 10 % klasse A2 (nagenoeg onbrandbaar) , 10 % klasse B (zelfdovend) , 10 % klasse C, 20 % klasse D en 50 % klasse E, rekening houdend met de gebruikelijke verpakkingsmaterialen in een bouwmarkt. Voor de oppervlakte van de bouwmarkt werden de afmetingen gebruikt van het plan op p.23 van het rapport : die is 4400 m² en niet 5600 m² zoals opgegeven. Van de 26 rookluiken werd verondersteld dat zij elk 2 m² aerodynamische oppervlakte hebben. Voor de aanzetfactor werd klasse B gebruikt als hoofdactiviteit, zonder verwarming, met een correcte elektrische installatie, geen gebruik van ontvlambare producten, maar de aanwezigheid van twee stellingen brandbare vloeistoffen werd als "ander bijzonder risico" ingevoerd. Voor het bepalen van het aantal aanwezigen werd een bezettingsgraad B3 van 1 persoon per 7.5 m² ingevoerd. Het aantal uitgangseenheden (10) werd bepaald op basis van het plan in het rapport. Op te merken valt dat volgens FRAME hier eerder een bezettingsgraad van 1 persoon per 3 m² is aangewezen. Daarom werd in variant 2 werd het aantal uitgangseenheden verhoogd tot 22 om rekening te houden met de hogere aanbevolen bezettingsgraad. De beschikbare watervoorraad (primair en secundair) werd op 300 m³ geschat, wat als adequaat wordt beoordeeld bij de ingegeven vuurbelasting, maar als beperkt als men rekening houdt met de FRAME vuurbelasting. Bij de bescherming is er verondersteld dat er voldoende blussers en haspels aanwezig waren, en dat het personeel geschoold was in het gebruik. De brandweerstand van de bouwelementen werd met de gegevens van het rapport bepaald als R30 voor de structuur, EI20 voor de buitenwanden, RE30 voor het dak en 0 voor binnenmuren. Voor de activiteiten werd verondersteld dat de klanten naar andere Gamma- vestigingen in de buurt kunnen gaan. De resultaten van de FRAME- berekeningen zijn in het volgende rapport opgenomen : gammaframerapport.pdf Bespreking van de resultaten   Uit de berekeningen van de referentiestatus (de aannames van de adviseur) zou men kunnen besluiten dat het een behoorlijk beschermd gebouw is. Maar als men die aannames wat meer in detail bekijkt en in variant 1 de vuurbelasting aanpast aan de in FRAME voorgestelde waarde (1500 MJ/m² voor een OH2 klasse zonder stapeling ! ), valt onmiddellijk op dat de beoordeling ongunstiger wordt. Met slechts 20 personen in het gebouw (zoals op het moment van de brand was dit geen probleem voor de aanwezigen (R1=0.92), maar de waarde van R= 1,55 wijst erop dat men bij een normale brand kan verwachten dat de schade oploopt tot 50 % van het compartiment. Het onderzoeksrapport wijst er op dat de brand waarschijnlijk was aangestoken en de waarde die men hier voor R vindt , wijst in dezelfde richting. Een tweede aanname die aan de lage kant ligt is de bezettingsgraad B3 van 1 persoon per 10 m². In Nederland is dit toegelaten. FRAME raadt evenwel een bezettingsgraad van 1 persoon per 3 m² (bezettingsgraad B2), die o.m. in België wordt opgelegd voor winkelcentra. Als men die invult, krijgt men een foutmelding omdat de breedte van de beschikbare uitgangen totaal onvoldoende is. Als men de bezettingsgraad verhoogt tot 1 persoon per 5 m², de bovengrens van klasse B3, krijgt men zelfs met de lagere vuurbelasting onmiddellijk een onaanvaardbare waarde (1,99) voor het personenrisico R1. Een kritisch FRAME onderzoek van het oorspronkelijk plan, laat toe om met enkele muisklikken te ontdekken dat de aannames en de daaruit afgeleide maatregelen zonder veiligheidsmarge zijn gekozen. Een eerste berekening van de tweede variant met sprinklers maar zonder rookluiken, gaf voor het personerisico een waarde van 1,17 , dus in feite onvoldoende. Dit is te verklaren door het feit dat in een dergelijk vrij hoog gebouw een sprinkler eerder traag zal reageren en dus weinig bescherming biedt tijdens de evacuatie. Twee alternatieven konden hier toegepast worden om de situatie te verbeteren : ofwel een (handbediende) RWA installatie die de R1 waarde terugbrengt naar 0,99 , ofwel een bijkomende rookdetectie die voor een sneller alarm zorgt , wat zich vertaalt in een R1-waarde van 0,81. Met een sprinklerbescherming , zoals bij gebruik van FRAME wordt vooropgesteld, zou de Gamma in Doetinchem waarschijnlijk niet uitgebrand zijn, ook als was brandstichting de oorzaak.