Toepassing van FRAME voor speciale compartimenten. Op deze pagina staan bijkomende instructies voor de toepassing van FRAME voor speciale compartimenten, zoals atria, smalle en diepe gebouwen en duplexverdiepingen.  Atriumcompartimenten  De beoordeling van het brandrisico met FRAME voor atria en compartimenten met meer dan 1 vloer (duplex, triplex) vraagt enige toelichting, om tot een correcte beoordeling te komen.Men moet er altijd op letten dat men de meest relevante waarde gebruikt voor de beoordeling van het risico. In principe wordt de bijkomende vloeroppervlakte van mezzanines en deelverdiepingen verrekend in de verdiepenfactor e, maar er zijn ook andere factoren die beïnvloed worden in een atrium. Factor q, vuurbelasting. Bij de onroerende vuurbelasting, dient men rekening te houden met alle bouwelementen: als men bvb. voor de tussenvloeren een houten constructie heeft, zal men die voor qi in rekening moeten brengen. Voor de roerende vuurbelasting, dient men erop te letten of de goederen die zich op een mezzanine bevinden al dan niet brandwerend afgeschermd zijn tov de goederen op de grond, (bvb. als de mezzanine een betonnen vloer heeft).   In principe mag men de vuurbelasting op elk niveau afzonderlijk beschouwen en de hoogste waarde nemen als bepalend. Als de vuurbelasting zich op roostervloeren bevindt , zodat brandoverslag door de vloer waarschijnlijk is, telt men beter de vuurbelastingen op, maar men moet men de oppervlakten van roostervloeren niet meer meerekenen in verdiepenfactor e. Oppervlaktefactor g Bij de beoordeling van de compartimentering vertrekt men in principe altijd van een volledige verdieping. Wanneer er bvb. in een woongebouw meerdere - onderling gecompartimenteerde flats - gelegen zijn op dezelfde verdieping, die gebruik maken van dezelfde toegangs- en evacuatiewegen, dient men die samen als 1 compartiment te beschouwen, anders bekomt men voor factor g en voor factor t zeer lage en / of onbruikbare waarden. Het feit dat de flats onderling gecompartimenteerd zijn, wordt verrekend als brandweerstand van de binnenwanden en subcompartimentering in de factoren F en U Wanneer een verdieping in twee of meerdere compartimenten wordt verdeeld, zodat evacuatie mogelijk wordt naar een naastliggend compartiment 'als veilige zone' , dan kan men de deelverdiepingen wel als aparte compartimenten gaan beoordelen.   Verdiepenfactor e. Om een correcte verrekening te krijgen, dient men de grootste vloer als toegangsniveau te beschouwen. Zou bvb. een compartiment bestaan uit een klein toegankelijk gelijkvloers en een grotere verdieping, dan zal men de toegang moeten situeren ( voor de risicobeoordeling) op de grootste verdieping.   De oppervlakte van de mezzanines worden als decimale waarden van de vloeroppervlakte bijgeteld bij het verdiepnummer, zodat de waarde van het verdiepingnummer groter wordt. De regel is:  voor de komma komt het verdiepingnummer, en achter de komma het percentage bijkomend vloeroppervlak van de mezzanines, desnoods meer dan 100 % .   Voor een verdieping op toegangniveau 0, met verbinding naar een kelder ( 90 %) en een bovenliggend verdiep (90%) geeft dit voor het verdiepnummer 0 (toegang) + 0.9 (kelder) + 0.9 (verdiep) = 1.8 (geeft e = 1.34) Ventilatiefactor v. Bij de ventilatiefactor v wordt op een enkelvoudige verdieping de gemiddelde hoogte genomen tussen de vloer en het plafond, om de vrije ruimte te bepalen waar zich een bedreigende rooklaag kan vormen. Bij een atrium of een duplex moet men echter de hoogte in rekening brengen tussen het plafond en de hoogste vloer binnen het compartiment, vanwaar men moet kunnen vluchten door het compartiment.   Kan men op de mezzanines het atrium rechtreeks verlaten, dan mag de hoogte van het hele atrium in rekening gebracht worden. Let wel: atriumhoogtes van meer dan 15 m worden niet aanvaard en dienen als "15 m" te worden ingevoerd in het rekenprogramma. Toegangsfactor z. Dezelfde redenering geldt voor de toegangshoogte : Als "vloerniveau" van het atrium, neemt men de hoogste vloer in het atriumcompartiment, waar de brandweer blus- en/of reddingsacties moet ondernemen in het atrium. In de afbeelding links telt de bovenste galerij dan niet mee, omdat men daar van buiten het compartiment aan kan, in de afbeelding rechts dient men wel de galerij als vloerhoogte te nemen. Op die manier worden in de factoren e, z, en v rekening gehouden met een groter risico in de situatie rechts. Smalle, diepe gebouwen. Het is vrij duidelijk dat het brandrisico hoger moet worden ingeschat voor een gebouw dat alleen langs zijn smalle kant benaderd kan worden (gebouw 2), in vergelijking met een gelijkaardig gebouw dat aan zijn lange kant bereikbaar is (gebouw 1) . Het probleem wordt als volgt opgelost: Bij de bepaling van de oppervlaktefactor g, gebruikt men de waarden van l (de theoretische lengte) en de equivalente breedte b. De waarde die men moet invoeren als "l" is in feite de gevellengte, dwz, dat als het gebouw aan een lange zijde bereikbaar is, men hiervoor de theoretische lengte gebruikt, maar als het gebouw enkel langs een korte gevel bereikbaar is, gebruikt men hiervoor de equivalente breedte b, en de waarde die men voor "b" dient in te voeren, is in feite de diepte van het gebouw, gezien vanaf de toegangsweg. Door deze regel toe te passen zullen de waarden van factoren g en z een juistere beoordeling van de situatie weergeven. Vanaf FRAME 2008 wordt de keuze tussen lange en smalle gebouwen voorzien en worden de ingegeven waarden automatisch omgewisseld in de berekening van factor g voor smalle gebouwen. Duplex loftverdiepingen. Een bijzondere situatie waarbij men de nodige voorzichtigheid aan de dag moet leggen is de beoordeling van loftverdiepingen die achter het gevelvlak liggen, en die deel uitmaken van een duplex. Bij de beoordeling van de compartimentering vertrekt men in principe altijd van een volledige verdieping. Onderling gecompartimenteerde flats van een verdieping, die gebruik maken van dezelfde toegangs- en evacuatiewegen, dient men die samen als 1 compartiment te beschouwen, en de loft als een decimaal van het verdiepnummer. In onderstaande schets , kan de brandweer de gebouwen aan meer dan één kant bereiken, maar voor het gebouw links geldt voor de verdieping 4,5 dat ze slechts langs 1 weg bereikbaar is, omdat de brandweerladders de loft niet kunnen bereiken, zodat men voor dit gebouw in de formule voor factor z, Z = 1 moet kiezen, wat de risicoverzwaring weergeeft. In een aantal gevallen, bvb. bij voldoende kleine compartimenten, zal dit factor z niet veranderen, wat wil zeggen dat de risicoverzwaring door de beperkte toegankelijkheid verwaarloosbaar klein is.